!

Spreekwoordelijk gesproken, zo voor het vaderland weg

!

Zomaar een greep uit ons dagelijks taalgebruik, spreekwoorden en gezegden met één voor één een meer of mindere negatieve betekenis.
Zelfs “Zo trouw als een hond” heeft geen 100% positieve betekenis!
Het is jammer dat ik Moepie (Klazina den Hartog, dochter van Schiedamse notabelen, gehuwd met de eigenaar van een scheepswerf, moeder van vele kinderen, socialiste en oprecht mens in hart en nieren, kortom prachtvrouw) niet meer kan vragen naar uitdrukkingen uit vroeger tijden aangaande honden: dan waren er ongetwijfeld boven water gekomen waar wij ogen op steeltjes van zouden krijgen!
Even terug; wat is toch de verklaring dat wij ons zo laatdunkend over onze trouwste volger, onze eerste vriend, onze harde werker uitlaten? Waarom hebben we letterlijk geen goed woord voor hem over in onze taal?
Het is geen wonder dat mens en hond elkaar hebben gevonden: beider basis sociale structuren / behoeften (voedsel, veiligheig, voortplanting) komen zó overeen, en de wederzijdse skills zijn zó aanvullend, dat het voordeel van samengaan buiten kijf staat.
En omdat we al zo lang samen zijn, bezigen we een keur aan mineur opmerkingen aan honds adres. Er steekt hier namelijk een aap in de mouw, die er niet uit wil komen...
Mijn verklaring voor de minder dan povere waardering van de mens voor de hond in dagelijks taalgebruik wordt veroorzaakt door de spreekwoordelijke splinter in ons oog die als balk op de hond is geprojecteerd.
Canis houdt Homo een spiegel voor, Homo kan zijn eigen onhebbelijkheden en tekortkomingen niet onder ogen komen, en roept Canis ter verantwoording.
Hetgeen een echt menselijk trekje is.

Bovenstaande conclusie in acht genomen valt de afwezigheid van de hond in “De pispaal zijn” mij bijzonder op: da’s toch een open deur!

Geschreven door: Annerie Teeuwen, november 2009


 Behoefte om op dit proza-stukje te reageren? Dat kan, klik hier om uw proza achter te laten.  

Caba’s duistere geheim

!

Tehtehtehtehteh, tiedelietiedelie: 04.14 uur, twee wekkers gaan af. De tiedelietiedelie stopt vanzelf maar de irritante tehtehtehteh sla ik iedere morgen met gepaste ergernis op z’n kop. Ik draai me nog een keer om, sla mijn armen om dat heerlijke warme Siggy-lijfje naast me en sluit de ogen gelukzalig.
Het is het ergste en het genoegzaamste moment van de dag. Het erge ga ik niet nader verklaren, het genoegzame bestaat uit lome liefdevolle warmte, het willige lijfje dat zich geheel naar mijn contouren schikt om zoveel mogelijk oppervlak contact te krijgen en te houden, en de tevreden zuchten van ons beiden. We zwelgen 10 minuten in dit geluk, en dan steekt tehtehteh de kop weer op.
Klaar, eruit, een werkdag begint. Ik vraag 2 andere luie lijven of ze lekker hebben geslapen. Koffie, thee en een klein stukje krant, douchen, aankleden.
Nauwlettend wordt iedere handeling van mij in de smiezen gehouden, een ieder kent de drill hier in huis. Het startsein om overeind te komen is het pakken van mijn laarzen; plotseling is de gang te klein wegens 3 galgo’s die zelfstandig hun halsbanden en riemen willen aantrekken, en er is er ook eentje die zelfs mijn laarzen wil aantrekken.
Ik pak een fietslampje en steek dit op Caba’s halsband: vandaag ga ik zijn geheim ontrafelen...
Hop, de auto in, naar de schapenwei. De laatste weken is dit het absolute hoogtepunt voor mijn roedel: 3 kwartier struinen in het pikkedonker terwijl ik mezelf met een mijnwerkerslampje door een mijnenveld van konijnengaten werk, af en toe raast er een galgo langs me in de duisternis.
Maar sinds het echt donker is gedurende deze ochtendwandelingen, verdwijnt Caba spoorloos, natuurlijk precies als ik ze na 3 kwartier weer wil inpakken om voort te gaan.
Al 4 dagen sta vergeefs te roepen en te fluiten: geen beweging, geen geluid te bespeuren. Slechts de drastische aanpak van Siggy en Diesel in de auto te zetten en de motor te starten maakt dat Caballero opeens vanuit het niets bij het hek staat. Met schuldbewuste smoel, want een kwartier lang niet luisteren is een ernstige zaak......
Mijn roedel staat die ochtend bij aankomst stijf in de riemen om weg te galopperen, triomfantelijk doe ik het lampje bij Caba aan en gooi de trossen los: Caba verandert in een dwaallicht in de verte..... Perfect! Appeltje in de aanslag, en hoppa, even een paar kilometertjes trekken. Ik kan Caba perfect volgen en als ik na 2 kilometer omkeer zie ik het licht gewoon meedwalen benedendijks. Hmmm, ik dacht toch dat hij in die grote holen aan het einde bleef steken, maar nee.... toch niet! Al gaande zie ik het licht keurig meedwalen richting hek totdat het voor een volle minuut verdwijnt. Siggy en Diesel voelen mijn spanning, want ze staan plots naast me terwijl we het licht terug zien verschijnen in.... de weilanden naast de schapenwei! Dwaallicht doet niet meer mee, er raast een voetzoeker op topsnelheid in de verte!
Het kwartje valt: die konijnen verdwijnen onder de grond, maar señor Caballero heeft de hazen ontdekt! Geen wonder dat ik naar hem kan fluiten tot ik een ons weeg.
Ik brul uit alle macht en de voetzoeker verandert in een langzame vuurtoren: Caba begrijp dat ik hem door heb met mijn doelgericht brullen en staat betrapt en beteuterd om zich heen te kijken: dwaallicht begeeft zich weer in goede richting.
Ik kan Caba zelf niet zien, maar een rennende Caballero die plots stilstaat en dan om zich heen koekeloert op zo’n manier van “oh my dog, ze heeft me in de gaten, dus nu moet ik wel luisteren” tovert onmiddellijk het bijpassende schuldbewuste smoeltje op mijn netvlies, een van Caba’s specialiteiten. Gillend van de lach strompel ik terug naar het hek, waar Caba me melancholiek aankijkt “ben je boos?” Nee natuurlijk niet Caba.
Ik vind het stiekem jammer voor je dat ik je inderdaad je geheim heb ontfutseld.
En nu ben ik nieuwsgierig wat jij morgen gaat doen, nu jij weet dat ik het weet......

Geschreven door: Annerie Teeuwen, november 2009

Behoefte om op dit proza-stukje te reageren? Dat kan, klik hier om uw proza achter te laten.

Yohoo en....?

!

Herfst, grijze namiddag, zuidwester kracht 10. Een Hollandse klipper zwalkt en beukt log op huizenhoge golven, nog mijlen te gaan en alle hens aan dek. De zeilen staan bol, sommige gescheurde zeilen fladderen als wimpels, gedoemd verloren te gaan in het natuurgeweld.
De noodkreet uit het kraaiennest “Spanjolen los, zuid-zuid-west!” raakt het dek nauwelijks.
Drie ranke viermasters hebben zich losgemaakt van de Armada en klieven door het witte schuim.
De sierlijke ranke boegbeelden worden zichtbaar, de ranke viermasters dansen over de woelige baren. In het kielzog van de klipper gooien ze het over een andere boeg: twee loeven er naar bakboord en één wendt de steven naar stuurboord.
De bemanning van de viermaster El Caballero richt de kanonnen stuurboord op de klipper, viermaster Sangre Azul richt de kanonnen bakboord op de klipper en viermaster La Señora Sigrida zeilt de klipper voorbij alsof er geen zeemijlen bestaan, gooit het roer om schiet met zekere koers schrijlings terug naar de klipper: een beproefde tactiek van deze ranke en snelle schepen.
Klipper Hollands Welvaren peinst er niet over om bakzeil te halen en maakt zich op voor de zeeslag.
Kanonnen vuren over en weer, de Sigrida schampt Hollands Welvaren langs volle lengte, momentenlang is het verloop van de zeeslag volslagen onduidelijk door storm, tumult en woelige baren. Dan, als bij toverslag, zetten de vier gehavende schepen gelijke koers als één vloot, maken elk schoon schip en zeilen voor de wind als gezapige tjalken richting haven. Daar wordt desondanks de zuidwester behoorlijk afgemeerd en verdwijnt de voltallige bemanning benedendeks. In de kombuis wordt een stevig maal bereid en weldra ligt ieder voor Pampus.
Geen scheepsrecht, geen zeemansgraven, geen kielhalen: deze zeeslag haalt de geschiedenisboeken niet, want huize Fuchsia maakte slechts een late middagwandeling.
Maar in deze storm, langs de kust, kan ik het niet helpen dat mijn verbeelding het ruime sop kiest...
En zolang er niemand op de klippen loopt, niemand tussen wal en schip valt, zien we wel waar het schip strandt.
Ik geloof waarachtig dat ik nog een vaatje rum ergens in de kelder heb liggen.............

Geschreven door: Annerie Teeuwen, november 2009


Behoefte om op dit proza-stukje te reageren? Dat kan, klik hier om uw proza achter te laten.